Dyspraxie

Dyspraxie heeft veel overeenkomsten met dyslexie en dyscalculie. Alle 3 de stoornissen gaan over het moeilijk verwerken van bepaalde informatie door de hersenen. Bij dyspraxie gaat het om een motorische ontwikkelingsstoornis. Bepaalde informatie vanuit de hersenen worden niet goed doorgegeven aan het lichaam. Dit kan leiden tot problemen met de motoriek. Onhandigheid is het grootste kenmerk van deze stoornis. De naam komt weer uit het Grieks en betekent “slecht te doen”. Dyspraxie kenmerkt zich door een slechte motoriek, maar ook door moeite met plannen en organiseren, obsessief gedrag, problemen met spraak en taal, ongeduldig en een slecht kort termijn geheugen. Niet alle kenmerken hoeven overigens in dezelfde mate voor te komen.


Dyspraxie als stoornis

Dyspraxie is door de WHO (World Health Organization) sinds enige tijd opgenomen in het nieuwe handboek DSM-IV als stoornis. Volgens het WHO heeft ongeveer 6% van alle kinderen in meer of mindere mate te maken met dyspraxie. Vaak bezitten deze kinderen een meer dan bovengemiddelde intelligentie. Doordat kinderen met dyspraxie vaak omschreven worden als stuntelig en soms ook sociale vaardigheden missen kunnen ze te maken krijgen met pestgedrag door leeftijdsgenoten. Ook kunnen ze dankzij de stoornis soms moeilijk meekomen op school door problemen met taal en spraak, maar ook door het onderscheiden van logische verbanden.

Vroege behandeling dyspraxie belangrijk

Het is belangrijk dat dyspraxie tijdig herkend wordt. Alhoewel een genezing van deze stoornis niet mogelijk is, kan door behandeling wel een groot deel van de kenmerken worden verbeterd. Hierdoor wordt de motoriek beter en ook leerproblemen kunnen verminderen. Uiteraard blijft het kind met dyspraxie wel last ondervinden van de beperkingen die horen bij deze stoornis. Een tijdige behandeling en goede begeleiding door ouders en leerkrachten kan helpen om het kind goed te ondersteunen. Naarmate het kind met dyspraxie ouder wordt zien we regelmatig dat sommige symptomen van dyspraxie worden overwonnen. Vooral met betrekking tot sociale vaardigheden zien we veel verbeteringen optreden. Door de bovengemiddelde intelligentie kan het kind zichzelf “sociaal- gepast” gedrag aanleren. Dit maakt het converseren met volwassenen vaak gemakkelijker dan de gesprekken die het kind op jonge leeftijd heeft gevoerd.

Vaak komt dyspraxie voor in combinatie met andere stoornissen, waaronder dyscalculie en dyslexie. Ook AD(H)D en autismespectrumstoornissen kunnen in combinatie met dyspraxie plaatsvinden.